Pagina's

Europese barracuda

Slik, zo zal waarschijnlijk uw eerste reactie zijn, want barracuda’s leven toch voornamelijk in de tropische wateren van het Caribische gebied en niet in Europa? De meeste soorten barracuda doen dat inderdaad, maar de Europese barracuda (Sphyraena vulgaris) wordt toch echt in de Middellandse Zee en de oostelijke Atlantische Oceaan aangetroffen.

Het zijn nachtelijke jagers, die door hun slanke en gespierde lijf razendsnel kunnen zwemmen. Ze jagen op grotere vissen die ze simpelweg met grote snelheid rammen en in tweeën happen. Daarna keren ze om en eten rustig de twee helften op. Er bestaan verschillende soorten barracuda’s en de grootsten kunnen een lengte van bijna twee meter bereiken. Ze zijn gewoonlijk donker groen tot grijzig groen van kleur met een zilverachtige glans.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Sphyraena, is afkomstig uit het Grieks waar sphyra ‘hamer’ betekende. Je dient het woord in dit geval als een bijvoeglijk naamwoord gebruiken en dan lees je ‘gehamerde’. Dat woord werd in het oude Griekenland gebruikt voor een spijker of nagel en het beschrijft perfect het staalharde lijf van de barracuda. Het tweede deel, vulgaris, is Latijn en betekent 'gewoon’. Het woord barracuda zelf levert in woordenboeken en gespecialiseerde sites op internet nogal wat problemen op. In het algemeen maakt men zich er men een jantje-van-leiden vanaf door elkaar maar weer klakkeloos na te schrijven en te melden dat het waarschijnlijk de oude naam voor een harde wind was in de taal van een bijna uitgestorven Indianenstam in de Caribische Zee. Maar bijna uitgestorven betekent dat je het ze nog gewoon kunt vragen, maar da’s nooit gebeurd. Het woord is echter afkomstig uit het Valenciaans – een Spaanse taal - waar barraco zoiets betekende als ‘vooruit stekende tanden’.

En die naam is uitstekend gekozen omdat de barracuda vlijmscherpe vooruitstekende tanden in hun onderkaak hebben. Ze zijn stoutmoedige en nieuwsgierige jagers en zullen ook niet aarzelen om een zwemmer aan te vallen. De meeste schade wordt dus aangericht door hun tanden, maar ze hebben ook krachtige, scheurende kaken. Samen scheuren tanden en kaken hele happen vlees uit hun prooi. Mocht je ooit door een barracuda te pakken zijn genomen, zoek dan direct medische hulp. Probeer het bloeden te stelpen en hoop dat je niet in een shock raakt door de pijn en het bloedverlies.

In de Noordzee komen barracuda’s niet voor, het water is nog wat te koud voor ze. Laten we dus hopen dat de opwarming van de aarde niet echt doorzet.

Koraalduivel [1]

De naam van de koraalduivel (Pterois volitans) is een perfecte naam voor een giftige vis die zich normaal gesproken ophoudt bij de koraalriffen van de Indische en de Stille Oceaan. Via het Seuzkanaal is de koraalduivel in de Middellandse Zee terechtgekomen. Da’s geen probleem, zo zult u opmerken, maar er zijn nogal wat zaken die deze vis toch zo interessant maken dat we hem hier toch beschrijven. De koraalduivel heeft opvallende rode of bruine met witte strepen, waardoor hij in sommige landen ook als leeuwvis of zebravis bekend staat.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Pterois, is afkomstig van het Griekse woord pteron dat ‘vleugel’ betekent. Het tweede deel, volitans is geleend uit het Latijn waar het werkwoord volare zoiets als ‘(heen en weer) vliegen’ of ‘zweven’ betekende. Samen is het natuurlijk een perfecte beschrijving van de koraalduivel die in de warme tropische wateren rustig lijkt te zweven met zijn indrukwerkende vinnen die tegelijkertijd giftige stekels zijn. Volwassen vissen hebben stekels die een lengte kunnen bereiken van meer dan 40 centimeter.

Zijn afschrikwekkende uiterlijk wordt door aquariumhouders zo interessant gevonden dat de koraalduivel een gewilde vis is geworden. Doordat deze visliefhebbers op een gegeven ogenblik wat onvoorzichtig worden en een ongeluk (lees: koraalduivel) in een klein hoekje zit ontstaan daardoor de meeste gevallen van vergiftigingen. Niet een verrassing is dan ook dat de handen en vingers het meest te lijden hebben van het gif.

Dat gif is een proteïnecocktail, die qua samenstelling niet veel afwijkt van andere giftige vissen, zoals de al besproken pieterman. De gevolgen van het gif zijn een extreme en zich uitspreidende pijn op de plaats van steken. De pijn kan soms maandenlang aanhouden. Een hand of vinger kan tot drie maal zijn normale grootte opzwellen, terwijl het gif in de ontstane blaren zijn pijnlijke werk blijft doen. Ook worden verder effecten gemeld als misselijkheid, verschrikkelijk zweten, kortademigheid, benauwdheid, borst- en maagpijnen, algemeen gevoel van zwakte, verlaagde bloeddruk en korte bewusteloosheid als gevolg van de hevige pijn. Het gif is thermolabiel en breekt dus snel af bij wat hogere temperaturen. De belangrijkste behandeling tegen de vergiftigingsverschijnselen en dus de pijn is om het pijnlijke lichaamsdeel in warm water (ongeveer 45 graden Celcius) onder te dompelen.

Teleurgestelde aquariumhouders in Amerika hebben de koraalduivel maar in het oppervlaktewater losgelaten met heel vervelende gevolgen: de vissen voelen zich in het Caribische gebied zo goed thuis dat ze daar ondertussen een ware plaag zijn geworden. Een leuke vakantie naar de Nederlandse Antillen kan dus nu ook al vervelend aflopen.

Maar er is een beetje licht aan het einde van de tunnel. In Amerika hebben ze nu een goed idee: if you can't beat them, eat them. Zie hier.

Meer over de koraalduivel in Europese wateren is hier te lezen.

Kogelvis (of Fugu)

Er bestaan verschillende soorten kogelvissen (Tetraodontidae). Kogelvissen zijn trage zwemmers en hebben een uniek verdedigingsmechanisme waarbij ze zichzelf kogelrond opblazen door hun maag snel met water te vullen. De vis lijkt daardoor groter dan hij in werkelijkheid is en dat schrikt vaak de aanvallende vis wel af. En dat is maar goed ook want als dat niet zou gebeuren en een kogelvis wordt toch opgegeten dan blijkt al snel dat de vis zeer giftig is. De meest giftige van het stel is wel de tijgerkogelvis (Takifugu rubripes).
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Takifugu, is een combinatiewoord uit het Japans, waarbij taki ‘waterval’ betekent en fugu ‘klein zwijn’. Het lijkt misschien wat geheimzinnig, maar kogelvissen zijn niet echt mooie vissen om te zien. Het tweede deel, rubripes, is wat minder lastig te ontrafelen: het is een combinatiewoord uit het Latijn van rufus (‘rood’) en pedis (‘voet’). De vis heeft namelijk een rode anaalvin die doet denken aan een voet.

De meeste kogelvissen maken een krachtige neurotoxine aan met de naam tetrodotoxine. Dit gif zit voornamelijk in de lever, eierstoffen en het maagdarmkanaal met wat kleinere hoeveelheden in de rest van het lichaam. Het gif is 1200 keer giftiger als het ook al niet zo onschuldige blauwzuur. In landen als Japan (als fugu) en Korea (als bok-uh) geldt de kogelvis als een echte delicatesse. Koks mogen de vis alleen maar bereiden wanneer ze een speciaal diploma hebben. Maar zelfs dan gaat het nog geregeld mis. Cijfers uit Japan melden dat er jaarlijks gemiddeld 30 gevallen van vergiftiging met kogelvis plaatsvinden waarbij per jaar tot 6 doden vallen te betreuren.

De eerste symptomen van vergiftiging treden op na ongeveer 30 minuten. Er ontstaat een soort van gevoelloosheid in de lippen en de tong, gevolgd door kwijlen, zweten, misselijkheid, overgeven, hoofdpijn, diarree, algeheel gevoel van zwakte, lethargie, verlies van coördinatievermogen, stuiptrekkingen, benauwdheid, voortschrijdende verlammingsverschijnselen, ademhalingsproblemen, coma en een zekere dood. Die dood is vaak niet te voorkomen omdat er geen enkel middel is dat het gif kan neutraliseren.

Wanneer de hoeveelheid gif net niet voldoende is om iemand te doden kan die persoon dagenlang in een staat van bijna-dood verkeren, terwijl hij toch niet het bewustzijn heeft verloren. Het verhaal gaat dat de bewoners van het Caribische eiland Haïti deze wetenschap hebben gebruikt om de kogelvis als ingrediënt te gebruiken in hun brouwsels om mensen als zombie te maken in hun Voodoo-rituelen.

Officieel komt de kogelvis hier niet voor. Ik ben er niet meer zo zeker van, want op Texel spoelde er al in 2014 eentje aan. Zie hier.

Piranha

Gelukkig, zo zult u gedacht hebben, komt de gevreesde piranha hier in Nederland niet voor. De piranha – we zullen het hier slechts hebben over de rode piranha (Pygocentrus nattereri) – bewoont als aparte soort een aantal Zuid-Amerikaanse rivieren, zoals de Braziliaanse Amazone en de Surinaamse Essequibo. Ze hebben een behoorlijke reputatie opgebouwd en hieronder zullen we zien of die terecht is verdiend.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Pygocentrus, is een combinatiewoord afkomstig uit het Grieks pyge is ‘romp’ of ‘lichaam’ en kentron is ‘een punt’ of ‘steek’. Het tweede deel, nattereri eert de Oostenrijkse naturalist Johann Natterer (1787-1843), die 18 jaar van zijn leven doorbracht in de Zuid-Amerikaanse oerwouden om daar nieuwe diersoorten te ontdekken. Dat is hem zeker gelukt, maar hij heeft nooit het verslag van zijn reizen gepubliceerd en een brand vernietigde ook nog eens zijn aantekeningen. Zijn meegenomen dode dieren bestaan daardoor in een soort wetenschappelijk niemandsland: ze zijn er, maar niemand weet waar ze zijn ontdekt.

Het woord piranha of piraña zelf is afkomstig uit het Portugees dat het weer geleend heeft van het Indiaanse woord pira’ya dat heel toepasselijk ‘schaar’ betekent

In Nederland wordt deze soort piranha de rode pirana genoemd, terwijl hij in Engelstalige landen veel beter wordt beschreven als red-bellied (rood-buikige) piranha. Het dieet van de rode piranha bestaat voornamelijk uit vissen, insecten en wormen, maar een grotere prooi staat ook wel op het menu. Het zijn dus opportunistische alleseters. Hun prooi wordt gelocaliseerd door gebruik te maken van een unieke serie sensoren die aan beide kanten van het lijf zitten. Dat helpt hen ook een (tegen)spartelende prooi te vinden in het soms troebele water.

De piranha’s jagen als een soort mini-waterwolven in scholen. En grotere scholen kunnen zich soms onverwacht op grote beesten, zoals anaconda’s, kaaimannen en mensen storten. Die prooi wordt dan binnen een paar minuten tot op het bot leeggevreten met schermesscherpe driehoekige tanden. Het lijkt dan wel of het bloedrode water kookt. Piranha´s worden trouwens ook niet geboren met een ongevaarlijk melkgebitje; hun tanden zijn klaar voor het grotere werk op het moment dat ze uit het ei gekomen zijn.

En geloof het of niet, maar er zijn mensen die piranha’s in hun aquarium houden. Al is de aaibaarheidsfactor van dergelijke vissen natuurlijk niet erg hoog. Men moet ook goed op zijn vingers letten als het aquarium wordt schoongemaakt want ook dan zijn de rode piranha’s niet te vertrouwen. Soms worden ze in het koude Nederlandse buitenwater losgelaten. Daar blijken ze goed te kunnen overleven!

[Update 18aug04] Groningse visser slaat roofvis aan de haak
[Update 20aug09] Visser vangt piranha in Franse rivier.

Pieterman

De pieterman (Trachinus draco) komt voornamelijk voor in de Middellandse Zee en was in de oostelijke Atlantische Oceaan en de Noordzee tot voor kort een zeldzame dwaalgast. Door de opwarming van de aarde en dus ook van het zeewater lijkt hij zich in onze kustwateren tegenwoordig steeds beter thuis te voelen. De pieterman is een slanke en zijdelings platgedrukte vis, die een lengte van zo’n 45 centimeter kan bereiken. Zijn kleur wisselt van groengrijzig via geelbruinig tot zelfs citroenkleurig en zijn buik is donker gestreept.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Trachinus, is afkomstig uit het Oudgrieks, waar trēkhús (τρηχῠ́ς) ‘ruw’ betekent en is een beschrijving van de stekels die de pieterman op zijn lijf heeft. Het tweede deel, draco, komt via het Latijnse woord draconem (‘slang’ of ‘draak’) uit het Oudgriekse woord drákōn (δράκων), dat ooit ‘slang’ of ‘zeevis’ heeft betekend.

Dat de vis zijdelings is afgeplat betekent dat hij zich het beste thuis voelt op een zanderige bodem waarin hij zich bij verstoring snel kan ingraven. Daardoor valt hij nauwelijks op en dat levert voor de mens aanzienlijke gevaren op want de vis is behoorlijk giftig. Hij wordt zelfs beschouwd als de meest giftige vis van Europa. De pieterman heeft vier tot acht gifklieren op de twee stekels van de eerste rugvin en op die van de kieuwdeksels. Die stekels zijn gegroefd en zodra er druk op wordt uitgeoefend, wordt het gif vanuit die gifklieren langs de groeven naar buiten geperst. Omdat de pieterman de neiging heeft zich bij gevaar in te graven ligt een ongelukje dus al snel op de loer wanneer zwemmers of pootjebaders op de vis gaan staan.

Het gif bestaat uit een proteïnecocktail van hyaluronidase en 5-hydroxytryptamin. Het gif veroorzaakt vrijwel direct een felle uitstralende pijn, misselijkheid en een lokale zwelling op de plaats van steken. Ook kan het weefsel beschadigd raken. Het duurt soms meer dan een maand voordat de steekwond echt genezen is.

Er bestaan verhalen dat het gif in sommige gevallen zelfs dodelijk kan zijn, maar die zijn beslist niet waar. Het gif is instabiel bij hogere temperaturen (thermolabiel vanaf 40o Celcius) en kan theoretisch worden geneutraliseerd door warmte middels het aanbrengen van hete kompressen of het baden in heet water. Pas daarbij wel op, want het genezen van brandwonden duurt vaak langer dan de werking van het gif van de pieterman.