Zwarte pacu

De zwarte pacu (Colossoma macropomum) wordt ook wel tambaqui genoemd en is een zoetwatervis uit de familie van de echte piranha's (Serrasalmidae). De vis kan een lengte bereiken van meer dan een meter. De zwarte pacu is inheems in de stroomgebieden van een tweetal rivieren in Zuid-Amerika, de Amazone en de Orinoco. Maar hij is populair in de Zuid-Amerikaanse keukens en westerse aquaria en dus wordt hij in visvijvers gekweekt in vrijwel geheel tropisch Zuid-Amerika. En raad eens wat er vaak gebeurd is: exemplaren ontsnapten met enige regelmaat en bevolkten een nieuwe rivier.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Colossoma, is van Griekse herkomst. Kolos betekent 'kort' en soma betekent 'lichaam. Het verklaart de wat gedrongen lichaamsbouw van het geslacht. Het tweede deel, macropomum, is ook al een combinatiewoord uit het Grieks, waar macros zoiets betekent als 'erg goed in' en pomum is dan 'iedere soort fruit'. Met andere woorden: deze soort is een veelvraat wat fruit betreft.

In Papoea-Nieuw-Guinea dachten sullige wetenschappers dat deze vissensoort een belangrijke aanvulling op het dieet van de inheemse bevolking kon zijn. In de rivieren zwommen kennelijk te weinig vissen en een zwarte pacu werd gezien als een delicatesse. Bovendien was de zwarte pacu een vegetariër en dus was hij geen bedreiging voor die inheemse vissen. En raad eens wat er gebeurd is: de zwarte pacu's vraten alle vegetatie op, kregen honger en begonnen toen maar aan de vissen. Diezelfde hongerige zwarte pacu is ondertussen zelfs verantwoordelijk voor aanvallen op mensen, want de wetenschappers waren voor het gemak even vergeten dat hij tot de piranha's behoorde.
Gelukkig, zo zou je verwachten, zijn mensen daarna wijzer geworden en hebben besloten om zich verre te houden van de zwarte pacu. Niet dus. Omdat hij zo heerlijk smaakt wordt de soort in landen als Thailand ook al in visvijvers opgekweekt. En raad eens wat er vaak gebeurd is: exemplaren ontsnapten met enige regelmaat en bevolkten een Thaise rivier.

En dus zien we hier een perfect voorbeeld van een exoot die men willens en wetens voor geldelijk gewin of als gevolg van een beneveld wetenschappelijk brein over de hele wereld heeft versleept.

Gelukkig, zo zou ik deze column moeten beëindigen, komt de zwarte pacu in Nederland niet voor want de soort houdt van tropische omstandigheden. En raad eens wat er gebeurd is: Karpervisser Frank Avezaat meldde via het vangstenregistratieplatform MijnVISmaat een wel heel bijzondere vangst. Hij ving op 30 juli 2013 een zwarte pacu van 44 centimeter lang. Hoe deze vis in een visvijver in Noord-Brabant is beland is niet zeker, maar vermoedelijk is deze uitgezet door een aquariumhouder die hem te groot vond worden.

De melding eindigt met de verzuchting dat de zwarte pacu de winter niet zal kunnen overleven. Was het u ook al opgevallen dat onze vaderlandse winters niet meer zijn wat ze ooit geweest zijn?

Hazenkopvis

Jaren geleden had ik hier al mijn twijfels geuit over het voorkomen van kogelvissen in Nederlandse wateren. Mijn vermoedens lijken nu te zijn uitgekomen met de vondst van een vers dood exemplaar op het strand van Texel.

Het betrof een kogelvis (Lagocephalus lagocephalus), die nog niet eerder in de Noordzee was aangetroffen en daardoor zat men al direct met de handen in het haar: de vis had nog niet eens een Nederlandse soortnaam.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Lagocephalus, is een combinatiewoord: het Griekse lagōs ('haas') en het Latijnse cephalicus ('hoofd'). Samen is dat dus hazenhoofd of hazenkop. Laten we maar besluiten om het beest de hazenkop of hazenkopvis te gaan noemen. Het tweede deel, lagocephalus, is gelijk aan het eerste deel. Het is dus de naamgevende soort binnen het geslacht.
[Foto: A.M. Arias]
Precies zoals ook bij de verklaring van de naam fugu ‘klein zwijn’ het geval was, is ook de hazenkopvis geen mooie vis om te zien. De gevonden vis was 51 centimeter lang. De gestekelde buik en de uit vier tanden bestaande papegaaienbek vielen erg op. Volwassen exemplaren kleuren donkergroen, bruingrijs of aan de bovenzijde blauw en aan de onderzijde wit.

Normaal komen deze giftige vissen wereldwijd voor in de tropische en subtropische delen van de oostelijke Atlantische Oceaan. De dichtstbijzijnde vindplaatsen liggen aan de zuidwestkusten van de Britse eilanden en het Franse Bretagne. Nu kun je deze Britse en Franse wateren nauwelijks subtropisch noemen en dat klopt, want uit de literatuur blijkt dat de hazenkopvis ook genoegen neemt met gematigde watertemperaturen. We hebben een lange en warme zomer achter de rug en de zeewatertemperatuur is lange tijd hoger dan normaal gebleven. Vermoedelijk heeft deze hazenkopvis gemeend dat het Nederlandse deel van de Noordzee toch aantrekkelijk genoeg moest zijn.

Sommigen zullen u nu vast gaan vertellen dat dit enkele exemplaar uit koers in geraakt en per ongeluk in onze territoriale wateren verzeild is geraakt. Neem maar van mij aan dat, als er eentje geloofde dat het hier aangenaam toeven was, er meerdere zullen zijn. Dat is geen goed nieuws, want ook deze kogelvis is in het bezit van het potentieel dodelijke neurotoxine tetrodotoxine. Symptomen van intoxicatie zijn overmatig plassen, kwijlen, braken, diarree, afwezigheid van peesreflexen, fasciculatie (kleine spierspasmen), lethargie, ataxie (evenwichtsstoornissen), oplopende progressieve verlamming en kortademigheid.

Dat betekent dat vanaf nu een gezellige wandeling met uw kinderen op het strand minder ongedwongen kan plaatsvinden. Doordat meeuwen de aangespoelde dieren zullen aanvreten kan het gif, dat voornamelijk in de lever en de eierstokken zit, vrijkomen. Het eventjes aanraken van de vis levert dus al een mogelijke vergiftiging op.

Sidderrog

In september 2013 hebben vissers op de Noordzee een opmerkelijke vangst gedaan. In hun netten troffen ze een gemarmerde sidderrog (Torpedo marmorata) aan, een voor Nederlandse begrippen zeer zeldzame vis. Dit exemplaar was zo’n 45 centimeter lang, maar echt volwassen exemplaren kunnen een lengte van een meter bereiken.

Deze soort komt voor in het oostelijk deel van de Atlantische Oceaan met als meest noordelijke punt het noorden van Schotland. De sidderrog leeft op de zeebodem, meestal verborgen onder een laagje zand, waarbij alleen zijn ogen zichtbaar zijn. Hij jaagt graag in zeegrasvelden omdat juist daar zijn prooien zich veilig wanen. Hij is zo zeldzaam dat er tussen 1949 en 1968 slechts een drietal vangsten beschreven zijn. Dit jaar werd dus het vierde exemplaar opgevist.
[Foto: Phillippe Guillaume]
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Torpedo, is afkomstig van het Latijnse woord torpere, dat ‘verdoving’ of ‘gevoelloos’ heeft betekend en dus direct afkomstig van het effect van de sidderroggen. De term werd in 1776 voor een drijvend explosief gebruikt en in 1860 werd de naam ‘torpedo’ op de zichzelf voortstuwende versie geplakt. Het tweede deel, marmorata, is ook al van een woord uit de oudheid geleend: het Griekse woord marmaros betekent ‘marmer’ of ‘glimmende steen’. Uiteindelijk betekent het Griekse marmairein ‘glimmend’.

Het bijzondere aan de sidderrog is – zoals zijn naam al aangeeft – het vermogen om elektriciteit op te wekken door middel van zijn interne biologische batterij. Net als andere haaien en roggen heeft deze rog een elektrisch orgaan (Ampullen van Lorenzini) waarmee prooien kunnen worden opgespoord, maar de sidderrog kan meer…

Naast die Ampullen van Lorenzini bezit een sidderrog ook een elektrisch orgaan achter zijn ogen waarmee hij stroomstoten kan afgeven tot wel 200 volt om prooien mee te verlammen of ter verdediging. Het orgaan is zo uitzonderlijk dat hij de kracht van de stroomstoten kan variëren. Bij zijn zoektocht naar voedsel, bodembewonende visjes, kreeftjes en garnalen, levert zijn biologische batterij een power van slechts 70 Volt, maar mocht hij zich bedreigd voelen dan kan dit oplopen tot 200 Volt. De stroomsterkte is gemeten als 8 Ampere. Als u goed heeft opgelet op school dan weet u dat dit een schok oplevert van (P=U.I) 1600 Watt.

Is zo’n schok levensgevaarlijk voor de mens? De geleerden menen dat deze schok sterk genoeg is om mensen tijdelijk uit te schakelen. Het grootste gevaar lopen echter duikers, die door zo'n schok ernstig gedesoriënteerd zouden kunnen raken. Het oplopen van een hartstilstand of dodelijke hartritmestoornissen wordt zeer onwaarschijnlijk genoemd. Tenzij je een pacemaker hebt, want dan wordt het plotseling een heel ander verhaal.

Doktersvis (of Knabbelvis)

In de wereld van spa’s is een nieuwe inkomstenbron ontdekt: de doktersvisjes of knabbelvisjes. Vanuit landen als Turkije is deze nieuwe rage overgeslagen naar Nederlandse sauna’s, waar onnadenkende ondernemers met graagte insprongen op de trend van spiritualisme en new age. Aan voeten knabbelende visjes zijn toch een veel natuurlijker manier om van allerhande huidproblemen af te komen dan min of meer chemische vormen van peeling of scrubbing?
[Foto: www.hpa.org.uk]
De knabbelvis (Garra rufa) is afkomstig uit enkele modderige riviertjes, stroompjes en meertjes in het Midden-Oosten, voornamelijk in Turkije, Israel, Jordanië, Syrië, Irak en Iran. In een aquarium is het een soort ‘beginnersvisje’ omdat hij maar weinig specifiek onderhoud verlangt. Vaak wordt hij in een aquarium gehouden om de algengroei onder controle te houden.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Garra, is volgens de geruchten afkomstig uit het Gallisch, waar garra ‘been’ betekende. Het tweede deel, rufa, heeft een Latijnse herkomst en betekent via het woord ruber ‘rood’ of rossig’.

In de wervende reclames wordt gesteld dat de knabbelvisjes dode huidcellen eten en de huid daardoor de gelegenheid biedt om nieuwe huidcellen aan te maken. De behandeling zou werkzaam zijn bij huidproblemen als psoriasis en eczeem. Bovendien zouden de visjes tijdens het knabbelen ook een enzym afscheiden om de vertering van die huidcellen te bevorderen, waardoor de huid nog sneller zou kunnen herstellen.

Dat klinkt allemaal behoorlijk positief en het zou zonder enige twijfel in reguliere ziekenhuizen toegepast worden als er niet één klein probleempje zou bestaan: het werkt dus niet. Onderzoek heeft aangetoond dat men in de filtratie van de badkuipen de dode huidcellen aantrof, wat dus aantoont dat die visjes helemaal geen menselijke huidcellen op het menu hebben staan. Ze zoeken eenvoudigweg naar algen en ander voedsel. Het zo geroemde enzym is ook een uitvergroting van de werkelijkheid want ieder organisme gebruikt enzymen om voedsel te verteren. Een menselijke voet heeft geen enkel voordeel bij een enzym in de bek van een vis.

Natuurlijk is het een heerlijk gevoel om in een luxe omgeving aan je voeten en tenen te laten knabbelen door deze visjes, maar ondertussen zijn er wat nadelen aan het licht gekomen. Het blijkt namelijk uit onderzoek (zie hier) dat deze visjes en het water waarin ze leven een bron kunnen zijn van schadelijke micro-organismen en ziekteverwekkers als hepatitis en zelfs AIDS kunnen overdragen.

Geen wonder dat deze ‘behandeling’ in sommige landen al weer verboden is. Het zou toch treurig zijn als onnozele gasten een duurbetaald spa & wellness resort verlaten met een potentieel levensbedreigende ziekte onder de leden.

Update 03 maart 2014: Eindelijk is ook het RIVM wakker geworden en heeft een document gepubliceerd waarin geadviseerd wordt om gebruikers en exploitanten voor te lichten over de gezondheidsrisico's. Zie hier.

Maanvis

Als je niet beter wist dan zou je van een maanvis (Mola mola) eerder geloven dat hij uit de truckendoos van de makers van de films van Harry Potter afkomstig was dan dat het een echte vis was. De maanvis wordt alom beschreven als een grote zwemmende vissekop met vinnen. Zonder verder iets te weten kun je dus aannemen dat de maanvis een ietwat bizar uiterlijk moet hebben.

Het is in volwassen toestand een monster van een vis. Een volwassen dier weegt gemakkelijk een ton en is dan zo'n twee meter groot. Er zijn echter wat grotere broertjes bekend en die wogen 2300 kilogram en die waren 4 meter hoog. Hoe die maanvissen die overdadige afmetingen voor elkaar krijgen is onbekend want ze lijken alleen te teren op plankton, kleine visjes en kwallen. Daar moeten ze dan enorme hoeveelheden van oppeuzelen.

Het eerste en het tweede deel van zijn wetenschappelijke naam, Mola mola, zijn afkomstig uit het Latijn, waar het woord mola 'maalsteen' betekent. Je tandarts kent het woord ook want zijn zijn vakgebied is een molar een moeilijk woord voor kies.
[Foto: Paul Hermans]
Maanvissen houden van warmere wateren, maar komen ook voor in wat gematigder streken zoals de Noordzee. Daar kan men ze nog wel eens ze vrijwel bewegingsloos op hun zij aan de oppervlakte zien liggen. Dat gedrag is bedoeld om wat op temperatuur te komen omdat de watertemperatuur kennelijk wat minder comfortabel wordt gevonden.

Tot voor kort was een maanvis in Nederlandse wateren of op vaderlandse stranden een zeldzaamheid. Iedere keer wanneer dat gebeurde was dat aanleiding tot een artikeltje in de krant. De laatste paar jaar zijn de waarnemingen echter behoorlijk in aantal toegenomen. U zult het waarschijnlijk niet willen horen, maar deskundigen wijten dat aan de opwarming van de aarde.

De maanvissen wordt ingedeeld tot de orde van de Tetraodontiformes, die ook de uiterst giftige kogelvissen en egelvissen omvat. Of een maanvis daardoor zelf ook gevaarlijk is, is onderwerp van discussie onder wetenschappers. Enkelen claimen dat de maanvis in zijn interne organen ook de neurotoxine tetrodotoxine kan aanmaken, maar andere bronnen weerspreken dit weer. Je zou denken dat zoiets toch eenvoudig onderzocht zou kunnen worden, maar dat is tot op heden niet gedaan. Vermoedelijk om commerciele redenen want, mocht vastgesteld worden dat de vis giftig is, dan is de verkoop van de vis in Europa direct de nek omgedraaid. De Europese Gemeenschap wil niet dat de bevolking wordt blootgesteld aan potentiele vergiftigingen.

Ondertussen is de maanvis een delicatesse en is vooral in landen als Japan en Korea zeer geliefd. Daar gebruiken ze ieder deel van de vis en er zijn nog geen sterfgevallen bekend. Nog niet.

Europese barracuda

Slik, zo zal waarschijnlijk uw eerste reactie zijn, want barracuda’s leven toch voornamelijk in de tropische wateren van het Caribische gebied en niet in Europa? De meeste soorten barracuda doen dat inderdaad, maar de Europese barracuda (Sphyraena vulgaris) wordt toch echt in de Middellandse Zee en de oostelijke Atlantische Oceaan aangetroffen.

Het zijn nachtelijke jagers, die door hun slanke en gespierde lijf razendsnel kunnen zwemmen. Ze jagen op grotere vissen die ze simpelweg met grote snelheid rammen en in tweeën happen. Daarna keren ze om en eten rustig de twee helften op. Er bestaan verschillende soorten barracuda’s en de grootsten kunnen een lengte van bijna twee meter bereiken. Ze zijn gewoonlijk donker groen tot grijzig groen van kleur met een zilverachtige glans.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Sphyraena, is afkomstig uit het Grieks waar sphyra ‘hamer’ betekende. Je dient het woord in dit geval als een bijvoeglijk naamwoord gebruiken en dan lees je ‘gehamerde’. Dat woord werd in het oude Griekenland gebruikt voor een spijker of nagel en het beschrijft perfect het staalharde lijf van de barracuda. Het tweede deel, vulgaris, is Latijn en betekent 'gewoon’. Het woord barracuda zelf levert in woordenboeken en gespecialiseerde sites op internet nogal wat problemen op. In het algemeen maakt men zich er men een jantje-van-leiden vanaf door elkaar maar weer klakkeloos na te schrijven en te melden dat het waarschijnlijk de oude naam voor een harde wind was in de taal van een bijna uitgestorven Indianenstam in de Caribische Zee. Maar bijna uitgestorven betekent dat je het ze nog gewoon kunt vragen, maar da’s nooit gebeurd. Het woord is echter afkomstig uit het Valenciaans – een Spaanse taal - waar barraco zoiets betekende als ‘vooruit stekende tanden’.

En die naam is uitstekend gekozen omdat de barracuda vlijmscherpe vooruitstekende tanden in hun onderkaak hebben. Ze zijn stoutmoedige en nieuwsgierige jagers en zullen ook niet aarzelen om een zwemmer aan te vallen. De meeste schade wordt dus aangericht door hun tanden, maar ze hebben ook krachtige, scheurende kaken. Samen scheuren tanden en kaken hele happen vlees uit hun prooi. Mocht je ooit door een barracuda te pakken zijn genomen, zoek dan direct medische hulp. Probeer het bloeden te stelpen en hoop dat je niet in een shock raakt door de pijn en het bloedverlies.

In de Noordzee komen barracuda’s niet voor, het water is nog wat te koud voor ze. Laten we dus hopen dat de opwarming van de aarde niet echt doorzet.

[Fred de Vries]

Koraalduivel

De naam van de koraalduivel (Pterois volitans) is een perfecte naam voor een giftige vis die zich normaal gesproken ophoudt bij de koraalriffen van de Indische en de Stille Oceaan. Via het Seuzkanaal is de koraalduivel in de Middellandse Zee terechtgekomen. Da’s geen probleem, zo zult u opmerken, maar er zijn nogal wat zaken die deze vis toch zo interessant maken dat we hem hier toch beschrijven. De koraalduivel heeft opvallende rode of bruine met witte strepen, waardoor hij in sommige landen ook als leeuwvis of zebravis bekend staat.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Pterois, is afkomstig van het Griekse woord pteron dat ‘vleugel’ betekent. Het tweede deel, volitans is geleend uit het Latijn waar het werkwoord volare zoiets als ‘(heen en weer) vliegen’ of ‘zweven’ betekende. Samen is het natuurlijk een perfecte beschrijving van de koraalduivel die in de warme tropische wateren rustig lijkt te zweven met zijn indrukwerkende vinnen die tegelijkertijd giftige stekels zijn. Volwassen vissen hebben stekels die een lengte kunnen bereiken van meer dan 40 centimeter.

Zijn afschrikwekkende uiterlijk wordt door aquariumhouders zo interessant gevonden dat de koraalduivel een gewilde vis is geworden. Doordat deze visliefhebbers op een gegeven ogenblik wat onvoorzichtig worden en een ongeluk (lees: koraalduivel) in een klein hoekje zit ontstaan daardoor de meeste gevallen van vergiftigingen. Niet een verrassing is dan ook dat de handen en vingers het meest te lijden hebben van het gif.

Dat gif is een proteïnecocktail, die qua samenstelling niet veel afwijkt van andere giftige vissen, zoals de al besproken pieterman. De gevolgen van het gif zijn een extreme en zich uitspreidende pijn op de plaats van steken. De pijn kan soms maandenlang aanhouden. Een hand of vinger kan tot drie maal zijn normale grootte opzwellen, terwijl het gif in de ontstane blaren zijn pijnlijke werk blijft doen. Ook worden verder effecten gemeld als misselijkheid, verschrikkelijk zweten, kortademigheid, benauwdheid, borst- en maagpijnen, algemeen gevoel van zwakte, verlaagde bloeddruk en korte bewusteloosheid als gevolg van de hevige pijn. Het gif is thermolabiel en breekt dus snel af bij wat hogere temperaturen. De belangrijkste behandeling tegen de vergiftigingsverschijnselen en dus de pijn is om het pijnlijke lichaamsdeel in warm water (ongeveer 45 graden Celcius) onder te dompelen.

Teleurgestelde aquariumhouders in Amerika hebben de koraalduivel maar in het oppervlaktewater losgelaten met heel vervelende gevolgen: de vissen voelen zich in het Caribische gebied zo goed thuis dat ze daar ondertussen een ware plaag zijn geworden. Een leuke vakantie naar de Nederlandse Antillen kan dus nu ook al vervelend aflopen.

Maar er is een beetje licht aan het einde van de tunnel. In Amerika hebben ze nu een goed idee: if you can't beat them, eat them. Zie hier.